De inname van het homeopathish middel

Een remedie bestaat voornamelijk in de vorm van globulen (graantjes), granulen (korrels) of in druppels.
De inname is éénmalig een dosis of herhalend een dosis.
Eén dosis is een bepaalde hoeveelheid van de graantjes, korrels of druppels, vastgesteld door de arts-homeopaat. Het is van belang strikt deze instructies te volgen.

Het tijdstip van inname is meestal ’s morgens nuchter, ervoor zorgend dan niets anders te gebruiken en niet de tanden te poetsen juist vóór en na de inname. Let ook op niets met munt te gebruiken rond het moment van inname (dag vóór en dag na).
Men mag nooit de korrels met de vingers aanraken, maar laat ze in het dopje van de verpakking vallen om te tellen. Dan giet men het dopje uit onder de tong en laat de korrels smelten.
Soms kunnen ze ook opgelost moeten worden in wat water en met een lepel geschud; dan houdt men de vloeistof een tijdje in de mond vóór het door te slikken.

Het bewaren van homeopathische middelen moet gebeuren op een plaats waar geen (zon)licht, warmte, koude of geuren bij kan komen. Ook opletten met vochtigheid en tegenwoordig alsom meer met alle elektromagnetische velden, zoals GSM, computer, draadloze toestellen, microgolven, … .

Na de inname observeert men zichzelf en respecteert dan de terugkomtijd die naargelang het geval enkele weken tot maanden kan zijn. De vervolgconsultaties zijn essentieel voor het verder verloop van de behandeling.
Naarmate de behandeling vordert, verlengt deze terugkomtijd totdat men homeopathisch bekeken genezen is: dit betekent niet het verdwenen zijn van één of meerdere klachten, maar wel het bereikt hebben van een optimaal, stabiel evenwicht, zowel op fysisch als psychisch gebied.