De vervolgconsultaties

Na de inname van de homeopathische remedie is het noodzakelijk de werking ervan te evalueren na een bepaalde werkingstijd.
Bij acute klachten vangt de werking heel snel aan: enkele uren of enkele minuten na de inname en kan de evaluatie sneller noodzakelijk zijn.
Bij chronische klachten daarentegen is de werking van de remedie over meer tijd nodig. Meestal is de terugkomtijd in zo’n geval 1 à 2 maanden.
Dan zijn er verschillende mogelijkheden:

  • niets opvallends is gebeurd: de remedie was niet de juiste.
  • kleine veranderingen zijn op te merken na nauwkeurige ondervraging.
  • duidelijke veranderingen zijn opgetreden.

Behalve de evolutie is ook het tijdstip van de veranderingen van belang en hoe deze zijn opgetreden:

  • ofwel is er direct een verbetering
  • ofwel is er eerst een verslechtering, de zogenaamde homeopathische verergering, die van relatief korte duur is en gevolgd wordt door een duidelijke verbetering. Soms kan dit zijn onder de vorm van eliminaties: diarree, huiduitslag, braken, zweten, enz.

Om de interpretatie van de basisbehandeling niet te bemoeilijken, is het van belang dat de patiënt zelfmedicatie vermijdt. Temeer omdat het niet zo is dat homeopathische middelen absoluut onschadelijk zijn en omdat er soms met gebruiksaanwijzingen gewerkt wordt en niet volgens de individualiteit van de patiënt.

Zijn er nieuwe karakteristieke tekens opgevallen in deze maand, dan is dat van groot belang om te vermelden.
Als er nieuwe informatie bijgekomen is, dan kan dit helpen om het totaalbeeld van de eerste consultatie te vervolledigen of scherper te stellen:

  • nieuwe klachten, die vroeger nog nooit voorgekomen zijn.
  • oude klachten, die terugkeren na jaren niet meer voorgekomen te zijn (3de wet van Hering).
  • bestaande klachten die men nu beter bestudeerd heeft.
  • nieuwe inzichten naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis.

Door het samenpuzzelen van deze nieuwe stukken met de vorige komen we tot het tweede voorschrift.